INFORMATIE

Het nieuwe label "Energiebewust architect" voorgesteld door Vlaams minister van Energie Hilde Crevits


Op Batibouw werd door de twee Vlaamse beroepsfederaties voor architecten BVA en NAV en Vlaams minister van Energie Hilde Crevits het nieuwe label "Energiebewust architect" voorgesteld.

Nog voor een eerste lijn op papier gezet wordt, is het belangrijk dat een kandidaat-bouwer goed bepaalt wat hij precies wil en aan welke eisen zijn woning zal moeten voldoen. De architect is vanuit zijn opleiding en ervaring de aangewezen persoon om hem daarin bij te staan. Hij zal zijn opdrachtgever helpen om zijn verschillende wensen en betrachtingen af te wegen en te toetsen aan de concrete omstandigheden. De architect draagt dan ook een grote verantwoordelijkheid als het er om gaat de mogelijkheden en beperkingen van ingrepen op het gebied van energiezuinig en duurzaam bouwen juist in te schatten.

De voorbije jaren hebben architecten reeds grote inspanningen gedaan om zich over deze aspecten bij te scholen en te informeren. De eerste successen van de Vlaamse energieprestatieregelgeving zijn niet voor niets voor een groot stuk te danken aan de inzet van de Vlaamse architect.

Toch hebben kandidaat-bouwers die bewust op zoek gaan naar architecten met een meer dan gewone aandacht voor energiebesparende maatregelen het moeilijk om deze te vinden. Een uitgebreide en duidelijke lijst is er niet.
Er is wel een kleine groep van architecten die zich uitdrukkelijk profileren in het bio-ecologisch en/of passiefhuisconcept maar voor heel veel kandidaat-bouwers gaat dat dan weer te ver. Niet iedereen met aandacht voor energieverbruik stapt mee in de bio-ecologische levensvisie of wil zijn inspanningen zo ver doordrijven als in het passiefhuis.

De twee Vlaamse beroepsfederaties voor architecten BVA en NAV hebben zich dan ook, samen met minister van energie Hilde Crevits, geëngageerd om op korte en middellange termijn een ruim aanbod van architecten die deskundig energiezuinig willen bouwen te realiseren. Om het project en de opleidingen te realiseren werd door minister Crevits een projectdotatie toegekend.

Het project "energiebewust architect" gaat reeds van start in het voorjaar van 2008.
Architecten zullen gestimuleerd worden om zich extra bij te scholen door het volgen van specifiek voor dit doel opgezette cursussen. Tegelijkertijd zullen ze gevraagd worden een convenant te ondertekenen waarin ze beloven dat zij woningen willen ontwerpen voor opdrachtgevers die bewust energielaag willen bouwen.

In oktober 2008 willen de beroepsfederaties een eerste lijst van 500 architecten bekend maken.
In het voorjaar 2009 moet de lijst aangegroeid zijn tot 1000 Vlaamse architecten.

"We zijn er van overtuigd dat de Vlaamse architect erg gemotiveerd is om deel te nemen aan dit ambitieuze project. De architect moet het eerste aanspreekpunt zijn als het gaat om energiezuinig bouwen. Het is daarom van groot belang dat we een representatieve lijst kunnen aanbieden. Een ruime keuze voor de bouwheer is hierin heel belangrijk. Want naast aandacht voor de energiezuinigheid zullen andere criteria zoals de persoonlijkheid, de visie, de stijl en het engagement de keuze van de architect moeten kunnen bepalen" zegt Christel Peeters, voorzitter van de BVA.

Architecten zullen binnenkort meer info in de bus krijgen.


KB verplichte verzekering


25 APRIL 2007. - Koninklijk besluit betreffende de verplichte verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect

ADVIES 42.190/1 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE
De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 26 januari 2007 door de Minister van Middenstand verzocht haar, binnen een termijn van dertig darren, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « betreffende de verplichte verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect », heeft op 22 februari 2007 het volgende advies gegeven :
Strekking en rechtsgrond van het ontwerp
1. De wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect is ingrijpend gewijzigd bij de wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon.
De inwerkingtreding van de wet van 15 februari 2006 is luidens zijn artikel 16 als volgt geregeld :
« Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk op de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Deze wet mag niet in werking treden voor de inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 4. (1)
In afwijking van het eerste en tweede lid, treden de artikelen 11 en 14 in werking tien dagen na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
(...)
Het om advies voorgelegde ontwerp bevat een bepaling, met name artikel 9, eerste lid, waarmee de wet van 15 februari 2006 en dus ook de wijzigingen aan de wet van 20 februari 1939 in werking worden gesteld op 1 juli 2007. Dat is ook de datum waarop de bepalingen van het ontwerp in werking zullen treden.
In de mate dat het ontwerp ertoe strekt de wet van 15 februari 2006 in werking te stellen, vindt het rechtsgrond in artikel 16 van die wet.
2. Artikel 2, § 4, van de wet van 20 februari 1939, zoals gewijzigd bij de wet van 15 februari 2006, bepaalt dat niemand het beroep van architect mag uitoefenen zonder door een verzekering gedekt te zijn « overeenkomstig artikel 9 ». De eerste twee leden van artikel 9 van de wet, zoals dat artikel is hersteld bij de wet van 15 februari 2006 en gewijzigd bi) de wet van 20 juli 2006, luiden :
(1) Het vermelde artikel 4 van de wet van 15 februari 2006 herstelt artikel 9 van de wet van 20 februari 19.39.
« Alle natuurlijke personen of rechtspersonen die ertoe gemachtigd werden overeenkomstig deze wet het beroep van architect uit te oefenen en van wie de aansprakelijkheid, met inbegrip van de tienjarige aansprakelijkheid, kan worden verbonden wegens de handelingen die zij beroepshalve stellen of de handelingen van hun aangestelden dienen door een verzekering te zijn gedekt. Deze verzekering kan kaderen in een globale verzekering voor alle partijen die in de bouwakte voorkomen.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels en de voorwaarden van de verzekering die een adequate risicodekking ten voordele van de opdrachtgever mogelijk dient te maken, onder meer :
- het minimum te waarborgen plafond;
- de uitgebreidheid in de tijd van de waarborg;
- de risico's die gedekt dienen te worden ».
Het om advies voorgelegde ontwerp beoogt uitvoering te geven aan artikel 9, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939, dat het ontwerp in beginsel ook tot rechtsgrond strekt, met uitzondering van artikel 8 (zie randnummer 3, hierna) en artikel 9, eerste lid, van het voorliggende ontwerp (zie randnummer- 1).
3. Artikel 8 van het ontwerp voorziet in de nietigheid van de architectuurovereenkomst bij ontstentenis van het bewijs van de eerbiediging van de verzekeringsverplichting.
De Raad van State, afdeling wetgeving, ziet niet welke wettelijke bepaling daarvoor rechtsgrond zou kunnen bieden. Die bepaling dient derhalve uit het ontwerp te worden weggelaten.
Onderzoek van de tekst
Aanhef
Om legistieke redenen stelle men het eerste lid van de aanhef als volgt :
« Gelet op de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, inzonderheid op artikel 9, hersteld bij de wet van 15 februari 2006 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006; ».
Gelet op wat over de rechtsgrond is opgemerkt, dient in de aanhef na het eerste lid een nieuw lid te worden toegevoegd waarin wordt verwezen naar, artikel 16 van de wet van 15 februari 2006, dat de Koning machtigt om de inwerkingtreding van de meeste artikelen ervan te regelen.
Artikel 4
1. Het is legistiek gebruikelijk de onderdelen van een opsomming aan te geven met 1°, 2°,..., en, wanneer in een onderdeel van een opsomming een verdere opsomming voorkomt, met a), b), ... De vermeldingen « a) », « b) » en « c) » in artikel 4, eerste lid, moeten daarom worden vervangen door « 1° », « 2° » en « 3° ».
Eenzelfde opmerking geldt voor artikel 5 van het ontwerp.
2. Aangezien in lopende tekst munteenheden bij voorkeur voluit worden geschreven, vervange men in het eerste lid het teken « euro » telkens door het woord « euro ».
3. Gelet op het bepaalde in artikel 190 van de Grondwet vervange men het woord « publicatie » in de Nederlandse tekst van het tweede lid van artikel 4 telkens door het woord « bekendmaking ».
Artikel 5
Aangezien het ontwerp minimumvoorwaarden bevat waaraan de verzekeringsovereenkomsten dienen te voldoen en de gemachtigde heeft bevestigd dat het om een limitatieve opsomming gaat, kan de inleidende zin van artikel 5 beter als volgt luiden :
« Mogen enkel uitgesloten worden van de dekking : ».
Artikel 7
1. In artikel 7, eerste lid, wordt verwezen naar een model van certificaat, dat als bijlage bij het besluit hoort. In de versie zoals die om advies is voorgelegd is evenwel geen bijlage gevoegd, zodat het ontwerp op dit vlak moet worden aangevuld.
2. ln de Nederlandse tekst van artikel 7, derde lid, zou in plaats van het woord « ontbinden » beter het woord « opzeggen » worden gebruikt, dat accurater weergeeft wat wordt bedoeld.
Artikel 9
1. Aangezien de wet van 15 februari 2006 niet geheel in werking wordt gesteld - een aantal bepalingen zijn reeds in werking -, dient de ontworpen bepaling te worden aangepast.
2. Zowel in het tweede als in het derde lid van artikel 9 van het ontwerp kan beter « architectuurovereenkomsten » worden geschreven in plaats van « overeenkomsten ».
3. Om taalkundige redenen dient in de Nederlandse tekst van het tweede en het derde lid van artikel 9 het woord « afgesloten » vervangen te worden door het woord « gesloten ».
De kamer was samengesteld uit :
De heren :
M. Van Damme, kamervoorzitter;
J. Baert en W. Van Vaerenbergh, Staatsraden;
M. Rigaux en M. Tison, assessoren van de afdeling wetgeving;
Mevr. A. Beckers, griffier.
Het verslag werd uitgebraeht door Mevr. G. Scheppers, auditeur.
(...)
De griffier,
A. Beckers.
De voorzitter,
M. Van Damme.


25 APRIL 2007. - Koninklijk besluit betreffende de verplichte verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, inzonderheid op artikel 9, hersteld bij de wet van 15 februari 2006 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006;
Gelet op de wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon, inzonderheid op artikel 16;
Gelet op het advies van de Commissie voor Verzekeringen van 13 november 2006;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 11 december 2006;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 19 januari 2007,
Gelet op advies 42.190/1 van de Raad van State, gegeven op 22 februari 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand en van Onze Minister van Economie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Elke verzekeringsovereenkomst die onderschreven wordt krachtens de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, bevat waarborgen die ten minste in overeenstemming zijn met de minimumvoorwaarden die bij dit besluit worden bepaald.
Art. 2. De verzekering dekt de burgerlijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit de activiteit van architect voor zover deze activiteit betrekking heeft op de in België uitgevoerde werken en geleverde prestaties.
Art. 3. Worden beschouwd als verzekerden, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ertoe gemachtigd is het beroep van architect uit te oefenen en die in de verzekeringsovereenkomst vermeld staat alsook zijn aangestelden.
Het personeel, de stagiairs en andere medewerkers van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die ertoe gemachtigd is het beroep van architect uit te oefenen, worden beschouwd als zijn aangestelden wanneer zij voor zijn rekening handelen.
Zijn eveneens verzekerd in het geval van een rechtspersoon, de bestuurders, zaakvoerders, leden van het directiecomité en alle andere organen van de rechtspersoon die belast zijn met het beheer of het bestuur van de rechtspersoon, welke benaming ze ook hanteren wanneer zij handelen voor rekening van de rechtspersoon in het raam van de uitoefening van het beroep van architect.
Art. 4. De dekking in geval van burgerlijke aansprakelijkheid die in de verzekeringsovereenkomst voorzien is, mag per schadegeval niet lager zijn dan :
1° 1.500.000 euro voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels;
2° 500.000 euro voor het totaal van de materiële en immateriële schade;
3° 10.000 euro voor de voorwerpen die aan de verzekerde zijn toevertrouwd.
Het bedrag in punt 1° is gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen, met als basisindex deze van de maand die de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad voorafgaat (basis 2004= 100). De bedragen in de punten 2° en 3° zijn gekoppeld aan de ABEX-index, met als basisindex deze van de maand die de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad voorafgaat.
Art. 5. Mogen enkel uitgesloten worden van de dekking :
1° de schade ingevolge radioactiviteit;
2° de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels ingevolge de blootstelling aan wettelijk verboden producten.
Art. 6. De verzekeringswaarborg geldt voor de vorderingen die tijdens de geldigheidsduur van de verzekeringsovereenkomst schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerden of de verzekeringsonderneming op basis van een in deze overeenkomst gewaarborgde aansprakelijkheid en die betrekking hebben op schade die tijdens dezelfde duur is voorgevallen.
De waarborg strekt zich uit tot de vorderingen die worden ingesteld binnen een termijn van tien jaar te rekenen vanaf de dag dat er een einde is gesteld aan de inschrijving op de tabel van de Orde van Architecten.
Art. 7. § 1. De verzekeringsonderneming stelt ten laatste op 31 maart van elk jaar aan de Raad van de Orde van Architecten een elektronische lijst ter beschikking van de architecten die bij haar een verzekeringsovereenkomst gesloten hebben met vermelding van het ondernemingsnummer en de naam van de architect, het nummer van de verzekeringspolis en de begin- en einddatum van de verzekeringsdekking.
De verzekeringsonderneming of de architect kan een verzekeringsovereenkomst niet ontbinden zonder hiervan de bevoegde Raad van de Orde van Architecten per aangetekende brief of op gelijkwaardige elektronische wijze te hebben verwittigd, ten laatste 15 dagen voor de inwerkingtreding van de opzegging waarvan hij tegelijkertijd de datum meedeelt.
De verzekeringsonderneming stelt trimestrieel de Raad van de Orde van architecten via een elektronische lijst in kennis van de verzekerings-overeenkomsten die opgezegd of geschorst zijn, of waarvan de dekking geschorst werd.
§ 2. De architectuurovereenkomst vermeldt de naam van verzekeringsonderneming van de architect, diens polisnummer evenals de coördinaten van de Raad van de Orde van architecten die kan worden geraadpleegd met het oog op de naleving van de verzekeringsplicht.
Art. 8. De wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon, met uitzondering van de artikelen 11 en 14, en dit besluit treden in werking op 1 juli 2007.
De bepalingen van de wet en van dit besluit zijn van toepassing op de architectuurovereenkomsten die gesloten worden vanaf de inwerkingtreding van de wet en dit besluit.
De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten die aangegaan worden vanaf de inwerkingtreding van de wet en dit besluit. Ze zijn ook van toepassing op de bestaande verzekeringsovereenkomsten die de architectuurovereenkomsten gesloten na de inwerkingtreding van de wet en dit besluit, dekken.
Onverminderd de toepassing van de bepalingen van dit besluit, gaan de verzekeringsondernemingen over tot de formele aanpassing van de verzekeringsovereenkomsten en andere verzekeringsdocumenten aan de bepalingen van dit besluit ten laatste op de datum van wijziging, hernieuwing, verlenging of omvorming van de lopende overeenkomsten.
Art. 9. Onze Minister bevoegd voor Middenstand en Onze Minister bevoegd voor Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 25 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Middenstand,
Mevr. S. LARUELLE


Voorbeeld overeenkomst EPB-verslaggever


Energieconsulent voor de Vlaamse architecten:

Sinds begin mei is architect Luc Dedeyne als energieconsulent aan het werk. Hij zal de architecten bijstaan in alle aangelegenheden die het energiezuinig bouwen kunnen bevorderen. Zo kunnen zij bij hem terecht met vragen over energiezuinige technieken of over energiepremies. Nu reeds is duidelijk dat de meeste aandacht zal gaan naar de implementatie van de EPB-regelgeving en de hiervoor ontwikkelde software.

Voorbeeldovereenkomsten verslaggever:

Eén van de eerste verwezenlijkingen van de energieconsulent was het tot stand brengen van voorbeeldovereenkomsten voor de energieprestatie-verslaggever. De voorbeelden werden uitgewerkt door de vertegenwoordigers van BVA en NAV in het EPB-overleg, in samenwerking met juristen uit de praktijk en uit de verzekeringswereld.

Twee mogelijkheden:

Er werden twee voorbeelden uitgewerkt. In het eerste voorbeeld is de taak van de verslaggever beperkt tot wat strikt wettelijk vastgelegd is. In het tweede voorbeeld worden van de verslaggever bijkomende diensten verwacht en zal hij een grotere verantwoordelijkheid krijgen. Het is belangrijk dat men zich bij de aanstelling van de verslaggever goed bewust is van dit onderscheid.

De minimumtaak:

Als men van de verslaggever niets meer verwacht dan wat de wetgever voorzien heeft, beperkt de overeenkomst zich naast een verwijzing naar decreet en uitvoeringsbesluit tot het vastleggen van de praktische modaliteiten en bepalingen over het ereloon van de verslaggever. Dit laatste blijft in de beginfase een moeilijke aangelegenheid. Bij gebrek aan ervaring is het voor niemand evident om te bepalen wat een billijke vergoeding zal zijn.
In de voorbeeldovereenkomst worden enkele berekeningswijzen voorgesteld.
De minimumopdracht zal wellicht het meest aangewezen zijn indien de verslaggeving gebeurt door de architect van het project zelf.
Als men werkt met een externe verslaggever zal de minimumopdracht de goedkoopste formule zijn. De tussenkomst van de verslaggever blijf beperkt. Hij is bovendien alleen verantwoordelijk voor de juistheid van zijn aangifte.

De uitgebreide taak:

Een architect die samenwerkt met een externe verslaggever die zich beperkt tot wat voorzien is in het decreet (m.n. het indienen van de startverklaring en van de EPB-aangifte), kan echter ernstig in moeilijkheden komen als de verslaggever bij het opmaken van de EPB-aangifte tot het besluit komt dat aan de gestelde eisen niet voldaan is. Op dat ogenblik is het immers meestal te laat om nog in te grijpen, tenzij tegen een niet onbelangrijke meerkost. Het is dan wel de opdrachtgever (aangifteplichtige) die de boete zal moeten betalen, maar het laat zich raden dat deze de architect hiervoor zal aanspreken.
Door een voorafgaande controleberekening kan de architect de kans op onaangename verrassingen beperken, maar zekerheid geeft deze berekening niet. Het is immers niet onogelijk dat de externe verslaggever de opties aan de basis van de berekening van de architect niet aanvaardt.
Zo is het bijvoorbeeld niet uitgesloten dat hij het niet eens is met de wijze waarop de architect het beschermd volume afbakende, of dat hij bepaalde rendementen die de architect aanneemt voor de installaties niet aanvaardt. Dit verschil in interpretatie (zeker in de beginperiode niet denkbeeldig) kan aanleiding geven tot belangrijke verschillen in de U-, K- en/of E-waarden. Als het dan gaat om projecten met iet of wat omvang kan de boete snel oplopen.
Wij willen het belang van de interpretatie niet overroepen, maar men kan beter geen risico's nemen en in de overeenkomst met een externe verslaggever bepalen dat deze zelf voor aanvang van de werken een eerste controleberekening maakt, zodat tijdig kan ingegrepen worden en dat de verslaggever ook instaat voor de bewaking van de eisen tijdens de uitvoering van het project.

Reeds voorzien in overeenkomst architect-bouwheer:

De overeenkomst betreffende de EPB-verslaggeving wordt opgemaakt tussen de aangifteplichtige en de verslaggever. De architect is hierin enkel partij als hij zelf verslaggever is. Om te voorkomen dat de overeenkomst met de externe verslaggever boven zijn hoofd tot stand komt, stellen wij voor dat de architet in de overeenkomst met zijn opdrachtgever een bepaling opneemt waarin de opdrachtgever zich er toe verbindt een "uitgebreide opdracht" toe te vertrouwen aan de verslaggever, of dat hij de architect actief zal betrekken bij de aanstelling van de externe verslaggever.

Leden van BVA kunnen de voorbeeldovereenkomst toegezonden krijgen als zij een mail zenden naar info@bondvlaamsearchitecten.be met vermelding "voorbeeld overeenkomst EPB-verslaggever".

De energieconsulent kan u mailen op energieconsulent@bondvlaamsearchitecten.be of bellen op dinsdag en donderdag op het nummer van BVA: 02/512.25.78.






Nieuw item op de "Beroep"-pagina


Bezoek aan het gerenoveerde Sint-Felixpakhuis en voordracht door de Antwerpse Stadsbouwmeester

Dit najaar vond het Antwerpse stadsarchief een nieuw onderkomen in het gerenoveerde Sint-Felixpakhuis. Om de transformatie naar archief in goede banen te leiden, werd beroep gedaan op niemand minder dan Robbrecht & Daem architecten.

Op vrijdag 9 februari 2007 gaan we met de BVA een kijkje nemen en we nodigen u graag uit om dit samen met ons te doen. Stadsarchivaris Inge Schoups is bereid gevonden ons één en ander te vertellen over het ontstaan en de uitwerking van het project.

Bij de transformatie van het gebouw werd de relatie met de buurt aangehaald. De statige binnenstraat werd opengesteld, waardoor een gezellige verbinding tussen het hippe "Eilandje" en de historische stadskern ontstond. Wij dachten dan ook dat het een goed idee was om de Antwerpse stadsbouwmeester Kristiaan Borret te vragen ons zijn visie op de ontwikkeling van "het stad" toe te lichten.

Voor het volledige programma en inschrijving; klik hier.

Deze activiteit is reeds volledig volgeboekt!
Foto: copyright Stadsarchief Antwerpen, Fotograaf Tony Gonzalez


Welke vennootschappen zijn voor architecten het meest geschikt?


Inleiding

Er is al voldoende ruchtbaarheid gegeven aan de wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 25 april 2006 (Wet Laruelle) en het is nog af te wachten, hopelijk niet al te lang meer, wanneer de inwerkingtreding ervan zal plaatsvinden.

Vennootschapsvormen

Aldus lijkt het gepast om kort een overzicht te schetsen van de verschillende vennootschapsvormen die in België mogelijk zijn, gelet op de vrijheid binnen de Wet Laruelle om een vennootschapsvorm te kiezen. Traditioneel kan de architect kiezen tussen de volgende vennootschapsvormen:

->   Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid:  
de maatschap, de tijdelijke handelsvennootschap en de stille handelsvennootschap;
->   Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid:        
de naamloze vennootschap (NV), de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA), de vennootschap onder firma (VOF), de gewone commanditaire vennootschap (Comm.V), de commanditaire vennootschap op aandelen (Comm.VA), de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA), de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA), het economische samenwerkings-verband (ESV) en de Europese vennootschap (SE).

Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid

Aangezien het voornamelijk de bedoeling zal zijn om de aansprakelijkheid van de architect te beperken worden de vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid hier niet besproken. Zulke vennootschappen beperken immers de aansprakelijkheid niet. We zullen ons vooral toespitsen op de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid. In deze categorie zijn de vennootschap onder firma, de gewone commanditaire vennootschap, de commanditaire vennootschap op aandelen en de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid minder geschikt. Deze vennootschappen voorzien immers dat de vennoten en beherende vennoten hoofdelijk dan wel onbeperkt aansprakelijk zijn.

Het economisch samenwerkingsverband en de Europese vennootschap worden niet besproken omdat deze vormen niet courant voorkomen. De meest voorkomende vennootschappen zijn de NV en de BVBA. De oprichting wordt gedaan met een authentieke akte opgesteld door een notaris.

Naamloze vennootschap (NV) en      
besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA)

Een NV heeft minstens twee aandeelhouders nodig wat niet het geval is voor een BVBA. Bijgevolg is de laatste vorm geschikt voor architecten die niet in groepsverband werken of, indien wel in groepsverband, hun eigen aansprakelijkheid willen afschermen binnen de groep.

De aandelen van een NV mogen (voorlopig althans) aan toonder zijn, terwijl de aandelen van een BVBA steeds op naam zijn. Toch is dit verschil voor architecten irrelevant aangezien, overeenkomstig de Wet Laruelle, alle aandelen verplicht op naam dienen te zijn. De overdracht van aandelen in een NV is vrij, tenzij er andersluidende bepalingen worden voorzien in de statuten of een aandeelhouders-overeenkomst. In een BVBA mogen aandelen enkel aan derden worden overgedragen na goedkeuring van minstens de helft van de vennoten die ten minste drie vierde van het kapitaal bezitten. De overdracht aan vennoten is vrij tenzij de statuten of een aandeelhoudersovereenkomst anders bepalen.

Kapitaalvereisten

De minimum kapitaalvereisten van een NV zijn duurder dan voor een BVBA. Het minimum kapitaal van een NV is 61.500 euro en bij een BVBA 18.550 euro.

Het bestuur

Het bestuur van een NV moet minstens uit drie leden bestaan, tenzij er niet meer dan twee aandeelhouders zijn, dan mogen er slechts twee bestuurders worden benoemd. Bij een BVBA mogen er één of meerdere zaakvoerders de vennootschap besturen. Zaakvoerders van een BVBA kunnen benoemd worden in de statuten of door de algemene vergadering. Ingeval van statutaire benoeming kunnen zaakvoerders enkel worden ontslagen om gewichtige redenen.

Coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid   (CVBA)

De CVBA is een vennootschap die wordt samengesteld uit een veranderlijk aantal vennoten met veranderlijke inbrengen. Er moeten minstens 3 personen een CVBA oprichten, en dit bij authentieke akte. Het vast gedeelte van het kapitaal dient minimum 18.550 euro te bedragen en er moet minstens 6.200 euro worden volstort. De aandelen dienen op naam te zijn. De overdracht van aandelen aan derden kan alleen indien de derde in de statuten bij naam wordt genoemd of behoort tot statutaire categorieën en voldoen aan de wettelijke of statutaire vereisten om vennoot te zijn. De overdracht aan vennoten is vrij maar kan onderworpen worden aan bepaalde voorwaarden bepaald in de statuten of een aandeelhouders-overeenkomst.

Het bestuur is vrij te bepalen. Indien er niets is voorzien in de statuten wordt de CVBA bestuurd door één bestuurder, al dan niet vennoot, benoemd door de algemene vergadering.

Wet Laruelle

Naast de traditionele wettelijke regels voor vennootschappen, vervat in het wetboek vennootschappen en verenigingen, schrijft de Wet Laruelle specifieke regels voor, toepasselijk op architecten-vennootschappen opdat deze beroepsaansprakelijkheid zouden kunnen opnemen:

->   Alle zaakvoerders, bestuurders, leden van het directiecomité en meer algemeen zelfstandige mandatarissen die optreden voor naam en voor rekening van de rechtspersoon, dienen architecten te zijn. Deze regel heeft als gevolg dat rechtspersonen geen leidinggevende functie in het bedrijf kunnen hebben. Aldus kan een architect die een éénpersoonsvennootschap heeft opgericht niet als vennootschap een architectenvennootschap leiden, hij of zij kan dat enkel als natuurlijke persoon doen;

->   Volgens de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect is aanneming van openbare en private werken onverenigbaar met het beroep van architect. In het algemeen zijn alle activiteiten die in strijd zijn met de eer, de discretie en de waardigheid van het beroep van architect, onverenigbaar;

->   Het doel en activiteit van de vennootschap is beperkt tot het uitoefenen van het beroep van architect en de inhoud ervan mag er niet onverenigbaar mee zijn

->   Het doel en activiteit van de vennootschap is beperkt tot het uitoefenen van het beroep van architect en de inhoud ervan mag er niet onverenigbaar mee zijn. Volgens de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect is aanneming van openbare en private werken onverenigbaar met het beroep van architect. In het algemeen zijn alle activiteiten die in strijd zijn met de eer, de discretie en de waardigheid van het beroep van architect, onverenigbaar;

->   Indien het architectenbedrijf een naamloze vennootschap is of een commanditaire vennootschap op aandelen, dienen alle aandelen op naam te zijn;

->   Minimum 60% van de aandelen en stemrechten moeten in handen zijn van architecten, rechtstreeks of onrechtstreeks.            “Onrechtstreeks” zou kunnen inhouden dat architecten die een éénpersoonsvennootschap hebben opgericht, de éénpersoons-vennootschap als aandeelhouder zou kunnen laten optreden van een architectenvennootschap;

->   De overige aandelen van de vennootschap mogen slechts in het bezit zijn van natuurlijke of rechtspersonen die een niet-onverenigbaar beroep uitoefenen en die gemeld zijn bij de orde;

->   De vennootschap mag enkel deelnemingen bezitten in andere vennootschappen van uitsluitend professionele aard. Het doel en activiteit van deze vennootschappen mag niet overenigbaar zijn met het beroep van architect;

->  
De vennootschap dient zich in te schrijven bij de orde;

->   Indien een architect in een vennootschap overlijdt, waardoor niet meer aan de vereisten van de Wet Laruelle wordt voldaan, kan de vennootschap gedurende zes maanden het beroep van architect blijven uitoefenen en dient de vennootschap binnen deze periode op zoek te gaan naar een andere architect. Spijtig genoeg voorziet de wet deze transitieperiode niet indien een architect de vennootschap verlaat. Dit heeft als gevolg dat indien niet onmiddellijk een vervanger wordt gevonden, de vennootschap het beroep van architect niet mag uitoefenen totdat vervanging is gevonden. Dit zou in de praktijk tot vele moeilijke situaties kunnen leiden. Het verdient aanbeveling om te voorzien dat indien een architect zijn aandelen wil overdragen, hij of zij dit slechts kan doen van zodra een vervanger is gevonden, teneinde de continuïteit van de vennootschap te verzekeren.

Ten allen tijde dient de vennootschap in overeenstemming te zijn met de aanbeveling van de Orde van Architecten, waarin onder andere volgende regels worden voorgeschreven:

->   De statuten dienen door de Orde van Architecten te worden goedgekeurd;

->  Elke vennootschap moet een burgerlijke vennootschap zijn die de vorm kan aannemen voorzien door het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen;

->   De Orde van Architecten dient de overdracht van aandelen en de toetreding van vennoten van een vennootschap vooraf goed te keuren.

Conclusie

De Wet Laruelle stelt duidelijk strenge eisen aan de architectenvennootschappen. Bestaande vennootschappen doen er goed aan om zo snel mogelijk hun statuten te laten analyseren door advocaten en nu al stappen te ondernemen om zich te herstructureren indien nodig, teneinde er zeker van te zijn dat de vennootschap de beroepsaansprakelijkheid kan opnemen zodra de Wet Laruelle in werking treedt.

Laun Advocaten , Bloemendreeflaan 1, 1860 Meise

Voor bijkomende inlichtingen kan u contact opnemen:  
info@bondvlaamsearchitecten.be of rechtstreeks met  
Yolande Meyvis (+32476 403 165) - yolande.meyvis@lawyersunlimited.be        
en Marleen Mouton (+32498 522 931)- marleen.mouton@lawyersunlimited.be


Klik hier voor pdf.


EPB in de praktijk voor u als architect


EPB IN PRAKTIJK

Sinds 1 januari is het EPB-decreet van toepassing.
Wat betekent dit voor u, als architect, in de praktijk?

Lopende projecten:

Voor alle projecten waarvoor een stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd voor 1 januari verandert er niets. De eisen van het EPB-decreet zijn hierop niet van toepassing (tenzij u wegens wijziging van de plannen een nieuwe aanvraag moet indienen natuurlijk!). U kan er uiteraard wel rekening mee houden dat er in de toekomst van alle gebouwen (ook van de bestaande) een energiecertificaat zal moeten opgesteld worden en dat investeringen met betrekking tot de isolatie van het gebouw en de rendementen van de installaties meer dan in het verleden de waarde van het gebouw zullen beïnvloeden.

Nieuwe projecten:

Voor projecten waarvoor u nog een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning moet indienen, zijn de regels wel van toepassing, tenminste als het gaat om gebouwen waarin energie verbruikt wordt om voor mensen een specifiek binnenklimaat (onder meer een specifieke binnentemperatuur) te bereiken: voor woongebouwen, scholen of kantoren en, in mindere mate, voor andere gebouwen (enkel U- óf K-waarden).

Nieuw bouwaanvraagformulier:

Eer werd een nieuw formulier verspreid, dat nog niet in het staatsblad verscheen, maar dat reeds gebruikt mag (en in sommige gemeenten moet) worden. Het nieuwe formulier (te downloaden op http://www.ruimtelijkeordening.be) verschilt nauwelijks van het oude. Er is een vak voorzien waar je kan aankruisen op de EPB-eisen van toepassing zijn en achteraan zijn volgende formuleringen toegevoegd:
- Net voor de handtekening van de bouwheer:
  "Als er energieprestatie- en binnenklimaateisen gelden, bevestig ik dat ik door de architect op
   de hoogte ben gebracht van de maatregelen die vereist zijn om aan de Vlaamse energiepres
   tatieregelgeving te voldoen."
- Net voor de handtekening van de architect:
  "Als er voor de aanvraag energieprestatie- en binnenklimaateisen gelden, bevestig ik dat vanaf
   de conceptfase rekening is gehouden met de maatregelen om aan de Vlaamse energiepresta
   tieregelgeving te voldoen."

In een periode waarin er nog geen volwaardige software beschikbaar is, is dit laatste niet evident. Het is immers niet mogelijk geweest het ingediende ontwerp volledig door te rekenen. Ook de maatregelenpakketten die aangeboden zijn, bieden geen garantie. Ze werden immers slechts nagerekend op 200 woningen, wat statistisch eerder beperkt is. Bovendien zijn ze ongeschikt voor het gebruik bij appartementen. Het is evident dat een appartement midden in het gebouw, met een bepaald maatregelenpakket een heel ander E-peil krijgt als datzelfde appartement bovenaan het gebouw. Voor kantoorgebouwen zijn de maatregelenpakketten zelfs helemaal niet statistisch gecontroleerd. Op dit ogenblik zijn er bovendien onvoldoende betrouwbare karakteristieken beschikbaar, in het bijzonder met betrekking tot de rendementen van de installaties.
Het is te verwachten dat de administratie in een eerste fase eerder tolerant zal optreden, maar garanties kunnen in dit verband niet gegeven worden. Het is dan ook aan te raden om in de overeenkomst met uw opdrachtgever hieromtrent een aantal bepalingen op te nemen. Zo doet u er goed aan te vermelden dat u als architect over onvoldoende gegevens beschikt, dat u in de mate van het mogelijke zal streven naar een optimale toepassing van de regels, maar dat u niet verantwoordelijk kan gesteld worden indien achteraf blijkt dat de eisen niet gehaald worden, of dat er onvoorziene uitgaven moeten gedaan worden om de eisen te halen. Ook omtrent de omvang van het bijkomende werk is, zonder de minste ervaring en met slechts onvolledige software ter beschikking, nauwelijks in te schatten. Ook als u niet als verslaggever optreedt, krijgt u extra werk en verantwoordelijkheid. U zal immers vanaf het ontwerp tot de oplevering moeten waken over de te behalen eisen. Tenzij u ook deze taak contractueel zou toewijzen aan de externe verslaggever uiteraard, maar u moet dit dan wel uitdrukkelijk doen want wettelijk is dit niet voorzien (zie verder).

Overeenkomst met de opdrachtgever:

Het is de bedoeling dat wij samen met de Energieconsulent, die ons door minister Peeters ter beschikking gesteld is, modelbepalingen voor de overeenkomsten van architecten en verslaggevers op punt te stellen.

In afwachting willen wij wel reeds volgende suggesties meegeven:
- Vermeldt dat de bouwheer verklaart dat hij door de architect op de hoogte gebracht werd van
   de maatregelen die vereist zijn om aan de Vlaamse energieprestatie-regelgeving te voldoen.
   U kan daarbij verwijzen naar de brochures die hiervoor door ANRE aangeboden worden.
- Vermeldt dat de bouwheer zich er toe verbindt om zijn gebouw conform deze regelgeving te
   laten oprichten en dat hij geen wijzigingen zal laten aanbrengen aan het ontwerp of de geko
   zen materialen en installaties, tenzij na uitdrukkelijk akkoord van de architect.
   Het niet nakomen van deze verbintenis moet aanleiding kunnen geven tot het verbreken van
   het contract.
- Het contract moet duidelijk aangeven of de architect al dan niet zal optreden als verslaggever.
   In beide gevallen moet de bijkomende vergoeding voor de architect bepaald worden.
- Als een externe verslaggever voorzien wordt, kan er best bepaald worden hoe deze wordt
   aangesteld, of de architect hier zeggingschap in heeft en welke taken deze verslaggever
   (naast de wettelijk vastgelegde) moet vervullen. Zo lijkt het ons aangewezen dat deze ver-
   slaggever niet alleen na afloop van de werken een berekening maakt (zoals bepaald in het
   decreet), maar dat hij ook reeds voor aanvang van de werken een controleberekening
   maakt en dat hij bij tussentijdse wijzigingen waakt over de opgelegde eisen. Zoniet voorzien
   wij ernstige problemen voor de architect van het gebouw als na afloop vastgesteld wordt dat
   de vooropgestelde waarden niet gehaald worden.

Geen EPB-voorstel:

In tegenstelling tot wat er in het decreet voorzien is (en wat ons nog dit najaar verteld werd), moet er bij de bouwaanvraag geen EPB-voorstel ingediend worden. Er werd ons gemeld dat er gemeentelijke ambtenaren zijn die naar dit formulier vragen, maar dit is onterecht. Er is hen immers een brief gestuurd waarin hen uitgelegd werd dat het huidige decreet, in afwachting van de goedkeuring van het gewijzigde decreet, op dit punt geen uitvoeringsbesluit kreeg en dat het dus niet moet ingediend worden.

Startverklaring:

In het nieuwe decreet, dat binnenkort wellicht wordt goedgekeurd, krijgt de startverklaring meer belang. Ze vermeldt, naast de gegevens van het project, de naam van de verslaggever en de K-en E-peilen die worden nagestreefd. (Let wel: pas bij de aangifte zijn deze karakteristieken definitief. Er kan dus nog steeds bij de uitvoering van afgeweken worden).

De startverklaring wordt elektronisch ingediend door de verslaggever. Dat bent u als architect, of dat is een extern verslaggever. Deze laatste is bijvoorbeeld de ingenieur technieken of een andere architect die deze taak op zicht neemt.

Nadat de startverklaring over internet naar een (nog op te richten) centrale gegevensbank gestuurd werd, ontvangt de verslaggever als antwoord een pdf-bestand. Dit bestand moet hij afdrukken en laten ondertekenen door de opdrachtgever en de architect. Het ondertekende document bewaart hij samen met de rest van het dossier (de plannen en de documenten waarop hij zijn berekeningen baseerde) voor eventuele controles achteraf.

De EPB-aangifte:

Binnen de 6 maanden na de ingebruikname van het gebouw moet de verslaggever de EPB-aangifte indienen. De aangifte gebeurt net als de startverklaring elektronisch bij dezelfde gegevensbank. De verslaggever bewaart het dossier zodat hij de benodigde stukken kan voorleggen bij controles door de administratie.

Laattijdig:

Hoewel de regelgeving reeds sinds 1 januari van kracht is, blijkt er nog veel niet klaar te zijn:
- Het nieuwe bouwaanvraagformulier is nog niet gepubliceerd.
- Het nieuwe decreet is nog niet goedgekeurd.
- Voor het nieuwe decreet zijn er nog geen uitvoeringsbesluiten.
- De gegevensbanken zijn nog niet operationeel.
- De energieconsulent is nog niet aangesteld.
- De definitieve versie van de software is nog niet beschikbaar. (Dit was voorzien eind januari,
  maar wordt eind februari, misschien zelfs nog later)
- Er zijn nog onvoldoende betrouwbare productkarakteristieken beschikbaar. Ze zijn nog niet -
  zoals beloofd - op een website verzameld.
- ...

Op het kabinet verwacht men dat alles in de loop van dit voorjaar kan opgelost worden. Het zal dus nog spannend worden. Binnen een maand kunnen de eerste stedenbouwkundige vergunningen waarop de regelgeving van toepassing is, afgeleverd worden. Als het om dringende werken gaat, kan er misschien al een aannemer gezocht worden. Het is onaanvaardbaar dat de werken niet zouden kunnen starten omdat er geen startverklaring kan ingediend worden.

Wij begrijpen dat de ministere de invoering niet langer wil uitstellen ook al is zijn administratie duidelijk niet klaar. Wij zullen echter niet aanvaarden dat de architecten hiervan de dupe worden. Indien er administratieve boetes aangerekend worden die klaarblijkelijk het gevolg zijn van de chaotische situatie die nu ontstaat, zullen wij niet anders kunnen dan deze boetes op basis van deze vaststellingen bij de rechtbank aan te vechten. Het is onze taak als beroepsvereniging om onze leden daarin bij te staan.

Met bijkomende vragen kan u terecht op info-bva@telenet.be .

BVA STIMULEERT

BVA heeft als doel de architecten te stimuleren en te ondersteunen bij hun professionele activiteiten met het oog op een kwalitatieve en competitieve dienstverlening in een regionale, nationale en internationale context.