INFORMATIE

Convenant architectuurwedstrijden


1. Vooraleer van start te gaan met een architectuurwedstrijd zullen we als opdrachtgever een goede projectdefinitie1 uitwerken
    die door de deelnemers gerespecteerd moet worden.

2. We zullen onze architectuurwedstrijd faseren. Na een open kandidatuurstelling zullen we een beperkte selectie van archi-
    tecten4 uitnodigen om een wedstrijdontwerp voor te bereiden.

3. We zullen duidelijk omschrijven wat onze verwachtingen zijn zowel voor de kandidatuurstelling als van een later wedstrijd-
    ontwerp2.
    Overbodige administratieve formaliteiten3 zullen we vermijden. We zullen duidelijke maximale formaten/schalen en eisen
    vastleggen voor het wedstrijdontwerp. Deze eisen zijn bindend.

4. We zullen er naar streven om het ereloon van de opdracht niet als belangrijk gunningscriterium5 te laten gelden.

5. Als bouwheer voorzien we een redelijk prijzengeld om te verdelen onder de wedstrijdkandidaten. Dit prijzengeld fixeren we
    in verhouding met de omvang en grootte van het project, de verwachtingen van het wedstrijddossier en het aantal geselec-
    teerde kandidaten6.

6. Van zodra we de wedstrijd bekendmaken, maken we eveneens de leden van de jury bekend. We doen hierbij alle nodige
    inspanningen om de jurysamenstelling neutraal, vakbekwaam en objectief samen te stellen7.

7. Als opdrachtgever zullen we het juryverslag nadien bekendmaken8 en respecteren.

 

Dit convenant is een initiatief van
BVA, de Bond van Vlaamse Architecten                NAV, de Vlaamse architectenorganisatie           Architecten-Bouwers
Deze verklarende termen maken niet essentieel deel uit van het convenant.
 
1    Wat verstaan we onder een goede projectdefinitie?
Een goede projectdefinitie bevat zoveel mogelijk objectieve en noodzakelijke gegevens zoals ligging, staat van het terrein en stedenbouwkundige voorschrif­ten. De doelstellingen, behoeftes en noden van het project worden samengevat in een programma van eisen. Ze moeten duidelijk zijn maar anderzijds toch de nodige creatieve vrijheid laten om tot een volwaardige wedstrijd te komen. De opdrachtgever laat zich voor het opstellen van de projectdefinitie bij voorkeur bijstaan door een professional (architect).
2    Eisen en verwachtingen van een kandidatuurstelling en wedstrijdontwerp?
Een kandidatuurstelling is slechts de eerste fase van een wedstrijd. Verduidelijk als opdrachtgever uw verwachtingen van de gevraagde projectvisie, portfolio en/of referenties. Vormvereisten kunnen worden voorgesteld; enkele A4’s kunnen reeds voldoende zijn.
Een wedstrijdontwerp (fase 2) is geen uitvoeringsdossier. Een goede architectuur­wedstrijd beschrijft duidelijk de vorm criteria van de inzendingen. Om vormcom­petitie te vermijden wordt het best gewerkt met duidelijke en verplichte vereisten: de schaal (bv 1/200), het maximaal aantal vellen voor de verantwoording en het wedstrijddossier, de formaten van de presentatie. Niet de vorm maar de inhoud van het wedstrijddossier moet centraal staan.
3    Wat verstaan we onder overbodige administratieve formaliteiten?
Bij gunning kunnen nog steeds de officiële documenten worden bezorgd. Tij­dens de wedstrijdfase kan een verklaring op eer volstaan.
4    Een beperkte selectie van architecten
Na een kandidatuurstelling lijkt ons dat een selectie van 5 architecten voldoende is om een wedstrijd vorm te geven.
5    Wat zijn goede gunningscriteria?
Er wordt beter gevraagd naar competenties in plaats van referenties. Indien het ereloon toch als gunningscriterium wordt weerhouden maakt het best maar 20% uit van de beoordeling. Een voorgesteld ereloon lijkt ons de beste garantie voor een kwalitatieve wedstrijd.
6    Wat zijn de inspanningen om deel te nemen aan een wedstrijd?
Het ontwikkelen van een visie- en ideeontwerp (is geen voorontwerp) voor een bouwproject van 1,5 miljoen euro kan voor de architect oplopen tot circa 7.500 euro. Voor grotere projecten (15 miljoen euro) kan dit zelfs oplopen tot 35.000 euro.   Een faire wedstrijdvergoeding houdt rekening met de grootte van het pro­ject en het aantal kandidaten. 1% à 2% van de bouwkost lijkt in deze zin een goede referentie.
7    Jurysamenstelling
De samenstelling van de jury moet de onpartijdigheid van de keuze waarbor­gen. Minstens 1/3 van de jury zal bestaan uit deskundigen zoals architecten, stedenbouwkundigen of planologen. Daarbij dient tevens minstens één van hen worden gekozen uit de personen die behoren noch tot de aanbestedende over­heid en noch tot een openbaar bestuur.
8    Bekendmaking
Het is evident en vormt een wettelijke verplichting minstens de deelnemers inzage te geven in het gemotiveerd juryverslag.
 

KB verplichte verzekering


25 APRIL 2007. - Koninklijk besluit betreffende de verplichte verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect

ADVIES 42.190/1 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE
De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 26 januari 2007 door de Minister van Middenstand verzocht haar, binnen een termijn van dertig darren, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « betreffende de verplichte verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect », heeft op 22 februari 2007 het volgende advies gegeven :
Strekking en rechtsgrond van het ontwerp
1. De wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect is ingrijpend gewijzigd bij de wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon.
De inwerkingtreding van de wet van 15 februari 2006 is luidens zijn artikel 16 als volgt geregeld :
« Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum, en uiterlijk op de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Deze wet mag niet in werking treden voor de inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 4. (1)
In afwijking van het eerste en tweede lid, treden de artikelen 11 en 14 in werking tien dagen na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
(...)
Het om advies voorgelegde ontwerp bevat een bepaling, met name artikel 9, eerste lid, waarmee de wet van 15 februari 2006 en dus ook de wijzigingen aan de wet van 20 februari 1939 in werking worden gesteld op 1 juli 2007. Dat is ook de datum waarop de bepalingen van het ontwerp in werking zullen treden.
In de mate dat het ontwerp ertoe strekt de wet van 15 februari 2006 in werking te stellen, vindt het rechtsgrond in artikel 16 van die wet.
2. Artikel 2, § 4, van de wet van 20 februari 1939, zoals gewijzigd bij de wet van 15 februari 2006, bepaalt dat niemand het beroep van architect mag uitoefenen zonder door een verzekering gedekt te zijn « overeenkomstig artikel 9 ». De eerste twee leden van artikel 9 van de wet, zoals dat artikel is hersteld bij de wet van 15 februari 2006 en gewijzigd bi) de wet van 20 juli 2006, luiden :
(1) Het vermelde artikel 4 van de wet van 15 februari 2006 herstelt artikel 9 van de wet van 20 februari 19.39.
« Alle natuurlijke personen of rechtspersonen die ertoe gemachtigd werden overeenkomstig deze wet het beroep van architect uit te oefenen en van wie de aansprakelijkheid, met inbegrip van de tienjarige aansprakelijkheid, kan worden verbonden wegens de handelingen die zij beroepshalve stellen of de handelingen van hun aangestelden dienen door een verzekering te zijn gedekt. Deze verzekering kan kaderen in een globale verzekering voor alle partijen die in de bouwakte voorkomen.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels en de voorwaarden van de verzekering die een adequate risicodekking ten voordele van de opdrachtgever mogelijk dient te maken, onder meer :
- het minimum te waarborgen plafond;
- de uitgebreidheid in de tijd van de waarborg;
- de risico's die gedekt dienen te worden ».
Het om advies voorgelegde ontwerp beoogt uitvoering te geven aan artikel 9, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939, dat het ontwerp in beginsel ook tot rechtsgrond strekt, met uitzondering van artikel 8 (zie randnummer 3, hierna) en artikel 9, eerste lid, van het voorliggende ontwerp (zie randnummer- 1).
3. Artikel 8 van het ontwerp voorziet in de nietigheid van de architectuurovereenkomst bij ontstentenis van het bewijs van de eerbiediging van de verzekeringsverplichting.
De Raad van State, afdeling wetgeving, ziet niet welke wettelijke bepaling daarvoor rechtsgrond zou kunnen bieden. Die bepaling dient derhalve uit het ontwerp te worden weggelaten.
Onderzoek van de tekst
Aanhef
Om legistieke redenen stelle men het eerste lid van de aanhef als volgt :
« Gelet op de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, inzonderheid op artikel 9, hersteld bij de wet van 15 februari 2006 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006; ».
Gelet op wat over de rechtsgrond is opgemerkt, dient in de aanhef na het eerste lid een nieuw lid te worden toegevoegd waarin wordt verwezen naar, artikel 16 van de wet van 15 februari 2006, dat de Koning machtigt om de inwerkingtreding van de meeste artikelen ervan te regelen.
Artikel 4
1. Het is legistiek gebruikelijk de onderdelen van een opsomming aan te geven met 1°, 2°,..., en, wanneer in een onderdeel van een opsomming een verdere opsomming voorkomt, met a), b), ... De vermeldingen « a) », « b) » en « c) » in artikel 4, eerste lid, moeten daarom worden vervangen door « 1° », « 2° » en « 3° ».
Eenzelfde opmerking geldt voor artikel 5 van het ontwerp.
2. Aangezien in lopende tekst munteenheden bij voorkeur voluit worden geschreven, vervange men in het eerste lid het teken « euro » telkens door het woord « euro ».
3. Gelet op het bepaalde in artikel 190 van de Grondwet vervange men het woord « publicatie » in de Nederlandse tekst van het tweede lid van artikel 4 telkens door het woord « bekendmaking ».
Artikel 5
Aangezien het ontwerp minimumvoorwaarden bevat waaraan de verzekeringsovereenkomsten dienen te voldoen en de gemachtigde heeft bevestigd dat het om een limitatieve opsomming gaat, kan de inleidende zin van artikel 5 beter als volgt luiden :
« Mogen enkel uitgesloten worden van de dekking : ».
Artikel 7
1. In artikel 7, eerste lid, wordt verwezen naar een model van certificaat, dat als bijlage bij het besluit hoort. In de versie zoals die om advies is voorgelegd is evenwel geen bijlage gevoegd, zodat het ontwerp op dit vlak moet worden aangevuld.
2. ln de Nederlandse tekst van artikel 7, derde lid, zou in plaats van het woord « ontbinden » beter het woord « opzeggen » worden gebruikt, dat accurater weergeeft wat wordt bedoeld.
Artikel 9
1. Aangezien de wet van 15 februari 2006 niet geheel in werking wordt gesteld - een aantal bepalingen zijn reeds in werking -, dient de ontworpen bepaling te worden aangepast.
2. Zowel in het tweede als in het derde lid van artikel 9 van het ontwerp kan beter « architectuurovereenkomsten » worden geschreven in plaats van « overeenkomsten ».
3. Om taalkundige redenen dient in de Nederlandse tekst van het tweede en het derde lid van artikel 9 het woord « afgesloten » vervangen te worden door het woord « gesloten ».
De kamer was samengesteld uit :
De heren :
M. Van Damme, kamervoorzitter;
J. Baert en W. Van Vaerenbergh, Staatsraden;
M. Rigaux en M. Tison, assessoren van de afdeling wetgeving;
Mevr. A. Beckers, griffier.
Het verslag werd uitgebraeht door Mevr. G. Scheppers, auditeur.
(...)
De griffier,
A. Beckers.
De voorzitter,
M. Van Damme.


25 APRIL 2007. - Koninklijk besluit betreffende de verplichte verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, inzonderheid op artikel 9, hersteld bij de wet van 15 februari 2006 en gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006;
Gelet op de wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon, inzonderheid op artikel 16;
Gelet op het advies van de Commissie voor Verzekeringen van 13 november 2006;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 11 december 2006;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 19 januari 2007,
Gelet op advies 42.190/1 van de Raad van State, gegeven op 22 februari 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Middenstand en van Onze Minister van Economie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Elke verzekeringsovereenkomst die onderschreven wordt krachtens de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, bevat waarborgen die ten minste in overeenstemming zijn met de minimumvoorwaarden die bij dit besluit worden bepaald.
Art. 2. De verzekering dekt de burgerlijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit de activiteit van architect voor zover deze activiteit betrekking heeft op de in België uitgevoerde werken en geleverde prestaties.
Art. 3. Worden beschouwd als verzekerden, elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ertoe gemachtigd is het beroep van architect uit te oefenen en die in de verzekeringsovereenkomst vermeld staat alsook zijn aangestelden.
Het personeel, de stagiairs en andere medewerkers van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die ertoe gemachtigd is het beroep van architect uit te oefenen, worden beschouwd als zijn aangestelden wanneer zij voor zijn rekening handelen.
Zijn eveneens verzekerd in het geval van een rechtspersoon, de bestuurders, zaakvoerders, leden van het directiecomité en alle andere organen van de rechtspersoon die belast zijn met het beheer of het bestuur van de rechtspersoon, welke benaming ze ook hanteren wanneer zij handelen voor rekening van de rechtspersoon in het raam van de uitoefening van het beroep van architect.
Art. 4. De dekking in geval van burgerlijke aansprakelijkheid die in de verzekeringsovereenkomst voorzien is, mag per schadegeval niet lager zijn dan :
1° 1.500.000 euro voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels;
2° 500.000 euro voor het totaal van de materiële en immateriële schade;
3° 10.000 euro voor de voorwerpen die aan de verzekerde zijn toevertrouwd.
Het bedrag in punt 1° is gekoppeld aan het indexcijfer der consumptieprijzen, met als basisindex deze van de maand die de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad voorafgaat (basis 2004= 100). De bedragen in de punten 2° en 3° zijn gekoppeld aan de ABEX-index, met als basisindex deze van de maand die de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad voorafgaat.
Art. 5. Mogen enkel uitgesloten worden van de dekking :
1° de schade ingevolge radioactiviteit;
2° de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels ingevolge de blootstelling aan wettelijk verboden producten.
Art. 6. De verzekeringswaarborg geldt voor de vorderingen die tijdens de geldigheidsduur van de verzekeringsovereenkomst schriftelijk worden ingesteld tegen de verzekerden of de verzekeringsonderneming op basis van een in deze overeenkomst gewaarborgde aansprakelijkheid en die betrekking hebben op schade die tijdens dezelfde duur is voorgevallen.
De waarborg strekt zich uit tot de vorderingen die worden ingesteld binnen een termijn van tien jaar te rekenen vanaf de dag dat er een einde is gesteld aan de inschrijving op de tabel van de Orde van Architecten.
Art. 7. § 1. De verzekeringsonderneming stelt ten laatste op 31 maart van elk jaar aan de Raad van de Orde van Architecten een elektronische lijst ter beschikking van de architecten die bij haar een verzekeringsovereenkomst gesloten hebben met vermelding van het ondernemingsnummer en de naam van de architect, het nummer van de verzekeringspolis en de begin- en einddatum van de verzekeringsdekking.
De verzekeringsonderneming of de architect kan een verzekeringsovereenkomst niet ontbinden zonder hiervan de bevoegde Raad van de Orde van Architecten per aangetekende brief of op gelijkwaardige elektronische wijze te hebben verwittigd, ten laatste 15 dagen voor de inwerkingtreding van de opzegging waarvan hij tegelijkertijd de datum meedeelt.
De verzekeringsonderneming stelt trimestrieel de Raad van de Orde van architecten via een elektronische lijst in kennis van de verzekerings-overeenkomsten die opgezegd of geschorst zijn, of waarvan de dekking geschorst werd.
§ 2. De architectuurovereenkomst vermeldt de naam van verzekeringsonderneming van de architect, diens polisnummer evenals de coördinaten van de Raad van de Orde van architecten die kan worden geraadpleegd met het oog op de naleving van de verzekeringsplicht.
Art. 8. De wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon, met uitzondering van de artikelen 11 en 14, en dit besluit treden in werking op 1 juli 2007.
De bepalingen van de wet en van dit besluit zijn van toepassing op de architectuurovereenkomsten die gesloten worden vanaf de inwerkingtreding van de wet en dit besluit.
De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten die aangegaan worden vanaf de inwerkingtreding van de wet en dit besluit. Ze zijn ook van toepassing op de bestaande verzekeringsovereenkomsten die de architectuurovereenkomsten gesloten na de inwerkingtreding van de wet en dit besluit, dekken.
Onverminderd de toepassing van de bepalingen van dit besluit, gaan de verzekeringsondernemingen over tot de formele aanpassing van de verzekeringsovereenkomsten en andere verzekeringsdocumenten aan de bepalingen van dit besluit ten laatste op de datum van wijziging, hernieuwing, verlenging of omvorming van de lopende overeenkomsten.
Art. 9. Onze Minister bevoegd voor Middenstand en Onze Minister bevoegd voor Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 25 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Middenstand,
Mevr. S. LARUELLE


Voorbeeld overeenkomst EPB-verslaggever


Energieconsulent voor de Vlaamse architecten:

Sinds begin mei is architect Luc Dedeyne als energieconsulent aan het werk. Hij zal de architecten bijstaan in alle aangelegenheden die het energiezuinig bouwen kunnen bevorderen. Zo kunnen zij bij hem terecht met vragen over energiezuinige technieken of over energiepremies. Nu reeds is duidelijk dat de meeste aandacht zal gaan naar de implementatie van de EPB-regelgeving en de hiervoor ontwikkelde software.

Voorbeeldovereenkomsten verslaggever:

Eén van de eerste verwezenlijkingen van de energieconsulent was het tot stand brengen van voorbeeldovereenkomsten voor de energieprestatie-verslaggever. De voorbeelden werden uitgewerkt door de vertegenwoordigers van BVA en NAV in het EPB-overleg, in samenwerking met juristen uit de praktijk en uit de verzekeringswereld.

Twee mogelijkheden:

Er werden twee voorbeelden uitgewerkt. In het eerste voorbeeld is de taak van de verslaggever beperkt tot wat strikt wettelijk vastgelegd is. In het tweede voorbeeld worden van de verslaggever bijkomende diensten verwacht en zal hij een grotere verantwoordelijkheid krijgen. Het is belangrijk dat men zich bij de aanstelling van de verslaggever goed bewust is van dit onderscheid.

De minimumtaak:

Als men van de verslaggever niets meer verwacht dan wat de wetgever voorzien heeft, beperkt de overeenkomst zich naast een verwijzing naar decreet en uitvoeringsbesluit tot het vastleggen van de praktische modaliteiten en bepalingen over het ereloon van de verslaggever. Dit laatste blijft in de beginfase een moeilijke aangelegenheid. Bij gebrek aan ervaring is het voor niemand evident om te bepalen wat een billijke vergoeding zal zijn.
In de voorbeeldovereenkomst worden enkele berekeningswijzen voorgesteld.
De minimumopdracht zal wellicht het meest aangewezen zijn indien de verslaggeving gebeurt door de architect van het project zelf.
Als men werkt met een externe verslaggever zal de minimumopdracht de goedkoopste formule zijn. De tussenkomst van de verslaggever blijf beperkt. Hij is bovendien alleen verantwoordelijk voor de juistheid van zijn aangifte.

De uitgebreide taak:

Een architect die samenwerkt met een externe verslaggever die zich beperkt tot wat voorzien is in het decreet (m.n. het indienen van de startverklaring en van de EPB-aangifte), kan echter ernstig in moeilijkheden komen als de verslaggever bij het opmaken van de EPB-aangifte tot het besluit komt dat aan de gestelde eisen niet voldaan is. Op dat ogenblik is het immers meestal te laat om nog in te grijpen, tenzij tegen een niet onbelangrijke meerkost. Het is dan wel de opdrachtgever (aangifteplichtige) die de boete zal moeten betalen, maar het laat zich raden dat deze de architect hiervoor zal aanspreken.
Door een voorafgaande controleberekening kan de architect de kans op onaangename verrassingen beperken, maar zekerheid geeft deze berekening niet. Het is immers niet onogelijk dat de externe verslaggever de opties aan de basis van de berekening van de architect niet aanvaardt.
Zo is het bijvoorbeeld niet uitgesloten dat hij het niet eens is met de wijze waarop de architect het beschermd volume afbakende, of dat hij bepaalde rendementen die de architect aanneemt voor de installaties niet aanvaardt. Dit verschil in interpretatie (zeker in de beginperiode niet denkbeeldig) kan aanleiding geven tot belangrijke verschillen in de U-, K- en/of E-waarden. Als het dan gaat om projecten met iet of wat omvang kan de boete snel oplopen.
Wij willen het belang van de interpretatie niet overroepen, maar men kan beter geen risico's nemen en in de overeenkomst met een externe verslaggever bepalen dat deze zelf voor aanvang van de werken een eerste controleberekening maakt, zodat tijdig kan ingegrepen worden en dat de verslaggever ook instaat voor de bewaking van de eisen tijdens de uitvoering van het project.

Reeds voorzien in overeenkomst architect-bouwheer:

De overeenkomst betreffende de EPB-verslaggeving wordt opgemaakt tussen de aangifteplichtige en de verslaggever. De architect is hierin enkel partij als hij zelf verslaggever is. Om te voorkomen dat de overeenkomst met de externe verslaggever boven zijn hoofd tot stand komt, stellen wij voor dat de architet in de overeenkomst met zijn opdrachtgever een bepaling opneemt waarin de opdrachtgever zich er toe verbindt een "uitgebreide opdracht" toe te vertrouwen aan de verslaggever, of dat hij de architect actief zal betrekken bij de aanstelling van de externe verslaggever.

Leden van BVA kunnen de voorbeeldovereenkomst toegezonden krijgen als zij een mail zenden naar info@bondvlaamsearchitecten.be met vermelding "voorbeeld overeenkomst EPB-verslaggever".

De energieconsulent kan u mailen op energieconsulent@bondvlaamsearchitecten.be of bellen op dinsdag en donderdag op het nummer van BVA: 02/512.25.78.





BVA STIMULEERT

BVA heeft als doel de architecten te stimuleren en te ondersteunen bij hun professionele activiteiten met het oog op een kwalitatieve en competitieve dienstverlening in een regionale, nationale en internationale context.